In Administratie

Minister Schouten heeft middels het ‘Realisatieplan Visie LNV’ bekendgemaakt op welke manier zij de omschakeling naar kringlooplandbouw wil realiseren. Het Realisatieplan is geen blauwdruk, maar geeft een richting aan hoe de visie t.a.v. kringlooplandbouw kan worden ingevuld. Dit betekent dat in het plan geen concrete maatregelen worden benoemd, waarmee een bedrijf direct aan de slag kan. In dit bericht wordt ingegaan op wat de minister verstaat onder kringlooplandbouw en welke randvoorwaarden hierbij gelden. Daarnaast wordt ingegaan op de regierol voor de minister en de, niet vrijblijvende, rol voor de agrarische sector en de ketenpartijen.

Wat is kringlooplandbouw?

In het realisatieplan wordt kringlooplandbouw, in hoofdlijnen, omschreven als een systeem waarbij de belasting op de (leef)omgeving minimaal is. De voedselproductie heeft, o.a. door het sluiten van kringlopen, een minimaal effect op biodiversiteit, natuur, milieu en klimaat. Door het verlies van nutriënten verder te beperken en de aanvoer van hulpbronnen anders in te richten moet de impact op de omgeving worden verlaagd.

Geen blauwdruk, wel stimuleren

De minister geeft aan dat er van kringlooplandbouw geen blauwdruk bestaat. De aanpak is per bedrijf verschillend en moet zich nog ontwikkelen. Om de ontwikkeling te stimuleren komt er ‘experimenteerruimte’. De kennis en kunde uit deze experimenten kunnen breed worden ingezet in de overige regio’s.


Experimenteerruimte in vijf regio’s

Wet- en regelgeving staan soms gewenste ontwikkelingen in de weg. Door in de bepaalde gebieden experimenteerruimte toe te staan, kan bij experimenten tijdelijk worden afgeweken van de geldende wet- en regelgeving. De minister wil in de volgende vijf regionale samenwerkingsverbanden experimenteerruimte toestaan:

  • Agro-innovatieregio Achterhoek.
  • Agro-proeftuin de Peel.
  • Kwaliteitsbeeld van de agro-agenda Noord-Nederland.
  • GLB-pilot Akkerbouw Flevoland.
  • Mineral Valley Twente Twickel.

Deelname middengroep

Kringlooplandbouw is niet alleen bedoeld voor voorlopers. De minister geeft in het Realisatieplan aan dat kringlooplandbouw vooral ook voor de middengroep perspectief moet bieden, zodat een groot deel van de agrarische ondernemers invulling kan geven aan kringlooplandbouw.

Zes randvoorwaardelijke doelen

De minister en het kabinet willen dat Nederland koploper wordt in kringlooplandbouw. Daarnaast moet de productie op basis van kringlooplandbouw dusdanig (financieel) aantrekkelijk zijn dat de meeste ondernemers dit gaan toepassen. Om dit te bereiken zijn in totaal zes randvoorwaardelijke doelen gesteld t.a.v.:

  • Verdienmodel.
  • Verbinding landbouw en natuur.
  • Maatschappelijke waardering.
  • Internationale positie.
  • Kennis en innovatie.
  • Wet- en regelgeving.

Verdienmodel

De minister wil zich inzetten voor een beter verdienmodel/-vermogen voor de ondernemers, zodat zij kunnen innoveren en gezonde bedrijven in stand kunnen houden. De minister wil:

  • De positie van de ondernemer versterken t.o.v. de leveranciers (voer, pacht, etc.).
  • De positie van de ondernemer versterken t.o.v. de afnemers (verwerkers, supermarkten etc.).
  • Een stapelbare beloning voor de bijdrage die wordt geleverd aan de kringlooplandbouw. Deze beloning kan bijvoorbeeld geënt zijn op zogenoemde ‘Kritische prestatie-indicatoren’ (kpi’s).
  • Banken stimuleren om ‘groene leningen’ uit te geven.
  • Meer financiële ruimte/leencapaciteit door het bedrijfsovernamefonds voor (jonge) boeren.

Verbinding landbouw en natuur

Het stimuleren van biodiversiteit en de toename hiervan is een belangrijk onderdeel van kringlooplandbouw. Natuurgebieden, landbouwgrond en wateren moeten rijker worden aan verschillende soorten. De landbouw en natuur moeten elkaar versterken. De ontwikkeling van de biodiversiteit kan worden gemeten door middel van een ‘biodiversiteitsmonitor’.

Maatschappelijke waardering

De minister wil dat maatschappelijke waardering voor voedsel en de voedselproducent toeneemt. Door burgers meer inzicht te geven in wat er allemaal voor nodig is om voedsel te produceren, wil ze bewustzijn creëren. Daarnaast moet de voedselverspilling in Nederland gehalveerd worden door inzet van zowel burgers, supermarkten en restaurants. De ‘afstand’ tussen boer en burger zal kleiner moeten worden.

Internationale positie

De omschakeling naar een meer circulaire landbouw biedt een kans als het gaat om kennisexport. Echter de bedreiging bestaat dat de in Nederland geproduceerde producten te duur worden voor het buitenland. De minister streeft ernaar dat, door kennis te exporteren, de voedselproductie mondiaal een circulaire aanpak krijgt. De minister zet erin, dat Nederland internationaal zijn prominente en vernieuwende rol behoudt.

Kennis en innovatie

De minister wil zich maximaal richten op de ontwikkeling van kennis en innovatie gericht op kringlooplandbouw. Dit doet ze door ruimte te creëren voor innovaties in de praktijk. Tevens moet de kennis worden verzameld en vervolgens binnen en buiten Nederland worden overdragen. Bij kennisverspreiding en -uitwisseling richting agrarische bedrijven kunnen erfbetreders en adviseurs een grote rol spelen.

Wet- en regelgeving

Om te voorkomen dat kringlooplandbouw vastloopt op wet- en regelgeving wil de minister deze belemmeringen wegnemen door in te zetten op de volgende ontwikkeling:

  • Binnen de huidige wet- en regelgeving experimenteerruimte bieden.
  • Belemmeringen binnen de huidige wet- en regelgeving wegnemen, ook bij Europese wetgeving.
  • Bestaande regelgeving verder stroomlijnen.
  • De omslag via wet- en regelgeving stimuleren.

Alle vier de punten worden meegewogen in de reeds opgestarte herbezinning van het mestbeleid.

Conclusie en advies

Het Realisatieplan geeft een richting aan hoe kringlooplandbouw ingevuld kan worden. Het plan geeft geen opsomming van concrete maatregelen. De aankomende jaren zullen waarschijnlijk wel diverse veranderingen worden doorgevoerd voor de omschakeling naar kringlooplandbouw. Hierbij wordt inzet verwacht van individuele ondernemers, de agrarische sector, ketenpartijen en maatschappelijke organisaties. Het doorvoeren van de benodigde maatregelen op bedrijfsniveau zal financieel gestimuleerd moeten worden (verdienmodel). Dit kan o.a. met het GLB-budget, subsidies en specifieke marktconcepten. Daarnaast kunnen ook maatregelen vanuit het Klimaatakkoord (met financiële ondersteuning) gunstig zijn voor kringlooplandbouw. Het is van belang dat de grote middengroep ook invulling geeft aan de invulling van de kringlooplandbouw. Indien hiermee onvoldoende resultaat wordt bereikt, zal ook via wet- en regelgeving e.e.a. ‘gestuurd’ gaan worden.

 

Recente berichten

Laat een reactie achter